Hoe te kijken naar Tribale Kunst

De beeldende kunst van Afrika, Zuid-Oost Azië en Oceanië kan, vanwege z’n vaak krachtige uitstraling en de vakkundigheid waarmee het gemaakt is, vrij makkelijk worden beoordeeld. De boodschap die ligt opgesloten in het gebruik van materiaal, vorm en stijl leidt naar een esthetisch geheel dat kenmerkend is voor de volkeren in de genoemde gebieden en als zodanig het belang van deze kunstobjecten openbaart/onthult. Om tot een beter inzicht te komen van hetgeen deze gebieden aan fascinerende kunst hebben voortgebracht is het verstandig om met het onderstaande rekening te houden.

Vernieuwing en ervaring

De kunstenaars werken met verschillende materialen en verwerken steeds nieuwe onderwerpen en motieven in hun uitingen. Sommigen van hen werken binnen visuele uitdrukkingsvormen die steeds weer herhaald worden maar toch ruimte open laten voor vernieuwing en creativiteit.

Verhoudingen

Binnen de meeste tribale kunst berusten de verhoudingen eerder op hun conceptuele betekenis dan op de fysieke maat. Het hoofd van een menselijke sculptuur bijvoorbeeld wordt vaak weergegeven ter grootte van een kwart van het geheel omdat in veel gemeenschappen het hoofd als de zetel van iemands lotsbestemming wordt beschouwd. Dit zorgt er ook voor dat er meer ruimte beschikbaar is voor belangrijke, cultureel bepalende details, die worden verduidelijkt door gelaatsuitdrukking, haarstijl, sieraden of scarificaties. In een groep figuren zijn de grootste doorgaans de belangrijkste.

 

Gebaren en uitdrukkingen

De houding of de gezichtsuitdrukking van een gebeeldhouwd figuur zijn vaak aanwijzingen voor de betekenis en het belang er van. Handen die op de buik rusten, kunnen wijzen op het vermogen om kinderen voort te brengen. Neergeslagen ogen kunnen waardigheid en zelfvertrouwen en introspectie uitdrukken, en aandacht voor een wereld die buiten de eigen wereld ligt, terwijl vlammende ogen en een geopende mond kracht, agressie of het oproepen tot actie kunnen uitstralen.

Materialen

Ivoor, goud, zilver, koperlegeringen (zoals messing en brons), koraal, amber en glazen kralen zijn internationaal erkende handelswaren. Hun aanwezigheid suggereert rijkdom en zij komen regelmatig voor op koninklijke en macht symboliserende voorwerpen. Materialen als ijzererts en klei, die door uitsmelten en verhitten kunnen worden omgevormd worden naast praktische en huishoudelijke doeleinden ook gebruikt in een gewijde en rituele context waardoor recht gedaan wordt aan de karakter verandering van deze materialen.

Oppervlak

Het oppervlak van een kunstvoorwerp kan glad zijn geworden doordat het vaak is aangeraakt of ruw aanvoelen door sporen van gereedschap, verf of andere toegevoegde materialen. Een kleverig uitziend object kan bedekt zijn door het brengen van offers op een gewijde plek, het oppervlak duidt dan op ritueel gebruik. Objecten die dicht bedekt zijn met hoorn, stekels van een stekelvarken, modder en andere materialen kunnen krachten uit de wildernis vertegenwoordigen. Daartegenover kan een figuur met een serene uitstraling voorzien van een glanzend oppervlak iemand die elegant, beschaafd en ontwikkeld is, voorstellen.

Kleur en patroon

Kleuren staan vaak voor belangrijke boodschappen, maar ga er nooit vanuit dat een bepaalde kleur voor ieder volk hetzelfde betekent. Patronen, die ook voor ieder volk verschillend kunnen zijn, bieden inzicht in de individuele levenswijze en de specifieke, cultuurbepaalde esthetiek.

 

Vorm en betekenis

Door hun grootte en compositie verschaffen kunstobjecten informatie met betrekking tot geloof, politiek, dagelijks leven, geslacht, mode en een groot aantal andere onderwerpen. Soms worden deze boodschappen uitgebeeld of verhaald door middel van schilderingen, foto’s en sculpturen.

Ruimtelijke verhoudingen

Hoe verhoudt een kunstwerk zich tot zijn omgeving. Was het bedoeld als zelfstandig object of was het een onderdeel van iets anders, bijvoorbeeld als onderdeel van een paleis of heiligdom. Gebeeldhouwde houten ramen en deurdoorgangen zijn op zich heel mooi, maar stel je eens voor hoe zij ooit op elkaar hebben ingewerkt met grotere bouwwerken of met mensen die er gebruik van maakten. Denk ook nog eens na over hoe een kunstenaar tweedimensionale composities zoals een schildering gebruikte om een driedimensionale vorm weer te geven.